Re-integratie is aan de orde bij mensen die wat langer ziek zijn.

Vaak is het niet vanzelfsprekend om na een langer verzuim ‘zo maar’ weer met werken te gaan beginnen. Dat kan afhangen van de aard van de ziekte, maar ook van de conditie die de persoon nog heeft, maar ook van de mate waarin de ziekte werkgerelateerd is.

Door overleg met de Arbo arts kan bepaald worden hoeveel uren (per dag) iemand mag gaan werken en soms wordt herstarten van het werk arbeidstherapeutisch ingezet.  In deze situaties (En wanneer eigenlijk niet) speelt de leidinggevende een heel belangrijke rol, die zal immers voor de juiste omstandigheden moeten zorgen, die parttime of arbeidstherapeutisch werken mogelijk maakt. In deze fase is communicatie heel erg belangrijk, maar ook hoe de medewerker moet handelen als het werk hem of haar zwaarder valt dan verwacht.

Re-integratie is overigens geen vrijblijvende zaak. In de wet verbetering poortwachter is nauwkeurig vastgelegd welke verplichtingen de werknemer en de leidinggevende op zich moeten nemen. Re-integratie is dus een verplichting en dat vraagt inspanning van zowel de werknemer en werkgever.

Eerste spoor

In het eerste jaar van het verzuim worden er, afgezien van de Arbo arts en een eventueel behandelend arts, vrijwel nooit deskundigen ingezet tenzij het verzuim werkgerelateerd is. In dat geval kan loopbaan begeleiding of coaching ingezet worden.  Dat kan op advies van de ARBO arts, maar ook door de werknemer of werkgever geïnitieerd worden. Doorgaans kan verwacht worden dat het verzuim in het eerste jaar wordt beëindigd en dat de medewerker terugkeert bij de eigen werkgever en in de eigen baan.

 

Tweede spoor 

Als iemand langer dan een jaar ziek is, dan vereist Poortwachter, dat er een aantal extra zaken gedaan moeten worden. De Bedrijfsarts kan de werkgever adviseren om een Arbeidsdeskundig onderzoek te laten doen. In dat onderzoek wordt vastgesteld of te verwachten is of de medewerker kan en zal herstellen en of dat in de bestaande functie kan. Het kan zijn dat dat om welke reden niet mogelijk is en dan zal de arbeidskundige daar een schriftelijke onderbouwing voor geven. In dat onderzoek wordt ook vastgesteld wat de werknemer nog wel kan of aan welke voorwaarden dat andere werk moet voldoen, of welke extra hulpmiddelen vereist zijn.  Als de werkgever dat met goede onderbouwing niet kan leveren, dan wordt een tweede spoor traject ingezet. Naast het verkennen of terugkeer in huidige functie nog mogelijk is wordt dan ook al gekeken naar mogelijkheden bij een andere werkgever.  Overigens kan een tweede spoor traject ook al in het eerste jaar worden gekozen, als aannemelijk te maken is dat terugkeer twijfelachtig is. Ook daarin heeft de Bedrijfsarts een advies rol.

Het kan zijn dat iemand die in het tweede spoor zit wel gedeeltelijk aan het werk kan. Als het verzuim werkgerelateerd is kan er ook voor gekozen worden dat het re-integreren bij een andere werkgever gebeurt.

Vrijwel altijd wordt tijdens de re-integratie 2e spoor traject een externe deskundige ingezet: Die deskundige gaat met de persoon en met de uitslag van het arbeidsdeskundig onderzoek aan het werk om de ‘verzuimer’ te begeleiden naar nieuw werk.  Coaching is een belangrijk onderdeel van deze begeleiding, maar ook een assessment, het maken van een CV, netwerken, oriënteren op de arbeidsmarkt, hulp bij solliciteren, rouwverwerking, etc. De coach is in deze fase dus vooral ook sparringpartner.

 

 

 

 

 

 

Comment on this FAQ

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *